Handels- en toerismeonderwijs!

Zorgpakket dyslexie/dyscalculie in de eerste graad van KSLeuven
 
Hieronder beschrijven we het basispakket aan zorg voor leerlingen met een geattesteerde vorm van dyslexie of dyscalculie. Dit pakket geldt voor de eerste graad van alle scholen van onze scholengemeenschap. De maatregelen situeren zich op het niveau van het schoolbeleid, op het niveau van de klas en op het niveau van de individuele leerling. De individuele maatregelen gelden niet automatisch voor elke leerling met dyslexie of dyscalculie. De school zal voor elke leerling nagaan welke maatregelen wenselijk zijn. Dat gebeurt in overleg met de leerling en de ouders. Niet alleen de school is bereid om zich in te zetten, ook van de leerling en zijn ouders wordt een engagement verwacht.
 
Maatregelen op schoolniveau
 
Elke school beschrijft haar beleid in de schoolbrochure en/of op de website en duidt een verantwoordelijke aan voor het uitvoeren van het dyslexie/dyscalculiebeleid (meestal leerlingbegeleider of coördinator, soms directeur of klassenleraar). De leerkrachten zijn geïnformeerd over de specifieke noden van leerlingen met leerstoornissen en de aanpak ervan en kennen het beleid van de school.
 
Om de noden van de leerlingen te leren kennen maken de scholen gebruik van de BaSO-fiche (indien beschikbaar) of duiden ouders de zorgnoden aan op het inschrijvingsformulier of zorgfiche. Indien één van de partijen het nodig vindt, wordt er een gesprek georganiseerd tussen de ouders, de leerling en (een) verantwoordelijke(n) van de school.
 
De afspraken over de bijzondere maatregelen voor de leerling met dyslexie/dyscalculie worden vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst. De school kan een vaste lijst van maatregelen hanteren of een lijst van mogelijke maatregelen die in overleg met leerling, ouders en de school worden vastgelegd. De communicatie hierover gebeurt meestal schriftelijk onder de vorm van een voorstel naar ouders.
 
Alle leerkrachten zijn op de hoogte van de noden van de leerling en van de gemaakte afspraken en volgen dit op via klassenraden en oudercontacten. De dagdagelijkse begeleiding gebeurt door de klassenleraar of een vakleraar. Zowel de leerling, de ouders als de leerkrachten kunnen een tussentijdse bespreking aanvragen, indien ze dit wensen.
 
Maatregelen op klassenniveau
 
De leerlingen krijgen systematische instructie en oefening over studieplanning en –methode. Deze maatregel geldt voor alle leerlingen, maar is zeker voor leerlingen met een leerstoornis een belangrijke hulp.
 
Maatregelen op niveau van de individuele leerling
 
Hierna volgen maatregelen die kunnen toegepast worden voor leerlingen met een geattesteerde leerstoornis dyslexie/dyscalculie. Het attest of gemotiveerd verslag dyslexie/dyscalculie moet uitgereikt zijn door een multidisciplinaire dienst (CLB, revalidatiecentrum …) of een zelfstandig therapeut (logopedist, psycholoog of pedagoog) op basis van de wetenschappelijk aanvaarde criteria. In geval van twijfel legt de school het attest of gemotiveerd verslag voor aan het CLB.
 
De meeste maatregelen die zinvol zijn voor leerlingen met dyslexie, zijn dit ook voor leerlingen met dyscalculie en omgekeerd. Het bepalen en vastleggen van de maatregelen gebeurt in overleg met de leerling, de ouders en de school.
 
  • De leerstoornis en de voorziene maatregelen worden besproken met de klas indien nodig en indien de leerling dit wenst. (Deze maatregel geldt ook voor leerlingen met leermoeilijkheden zonder attest.)
  • Extra oefenmateriaal krijgen.
  • Materiaal wordt op CD-ROM, DVD, elektronische leeromgeving ter beschikking gesteld.
  • Hulp bij het invullen van agenda. (Blijft ter beschikking op het bord, elektronische leeromgeving)
  • Aandacht voor het tempo van noteren.
  • Geen voorleesbeurten voor de klas of oefeningen aan het bord (tenzij in overleg met de leerling).
  • Kleinere hoeveelheid oefeningen (indien mogelijk).
  •  
  • Het gebruik van PC met spellingcontrole voor huistaken.
  • Bij niet-taalvakken worden geen punten afgetrokken voor spelling.
  • Enkel bij taalvakken, mits gerichte voorbereiding, worden spelfouten aangerekend.
  • Rekenfouten, afhankelijk van het onderdeel, worden weinig of niet meegerekend; de redenering wordt gehonoreerd.
  • Redelijke foutenmarge wordt toegestaan bij (mathematische) tekenopdrachten.
  • Het gebruik van de zakrekenmachine bij toetsen en examens, behalve bij het onderdeel rekenvaardigheid. (Vanaf het 3de jaar wordt de zakrekenmachine algemeen gebruikt door alle leerlingen.)
  • Examen afleggen in een aparte examenklas.
  • Voorlezen van de vragen op vraag van de leerling (in sommige scholen voor alle leerlingen of in de examenklas).
  • Toezicht op het begrijpen van de vragen bij toetsen en/of examens.
  • Minder opgaven bij toetsen en/of examens en/of meer tijd krijgen tijdens examens en waar mogelijk tijdens toetsen.